Ga naar inhoud

Kanalen

Met kanalen stuur je een bericht naar een groep mensen tegelijk. Gebruik een kanaal voor updates die relevant zijn voor alle leden van je team, locatie of organisatieonderdeel.

Een kanaal werkt anders dan een privébericht. Een privébericht is bedoeld voor één persoon. Een kanaalbericht is bedoeld voor iedereen die toegang heeft tot dat kanaal.

Een kanaal openen

Open de Allo app en ga naar Kanalen. Tik op het kanaal waarin je wilt communiceren.

Je ziet alleen kanalen waarvoor jouw account toegang heeft. Welke kanalen je ziet, wordt ingesteld door je Allo-beheerder.

Een bericht sturen in een kanaal

Open het kanaal, typ je bericht en tik op de verzendknop.

Je bericht wordt via je Allo-apparaat naar het radionetwerk gestuurd. Iedereen met toegang tot het kanaal kan het bericht ontvangen, zolang hun Allo-apparaat bereikbaar is via het netwerk.

Wie ontvangt mijn kanaalbericht?

Een kanaalbericht is zichtbaar voor gebruikers die:

  • een werkend Allo-apparaat gebruiken;
  • dat toegang heeft tot hetzelfde kanaal;
  • en bereikbaar is via het Allo-radionetwerk.

Gebruikers buiten het kanaal zien het bericht niet.

Afleverstatus van berichten

Bij een verzonden kanaalbericht kan de app een status tonen. De exacte weergave kan per appversie verschillen, maar meestal betekent dit ongeveer het volgende:

Wordt verzonden

Het bericht staat klaar om te worden verstuurd of wordt naar je Allo-apparaat gestuurd.

Blijft het bericht lang op deze status staan? Controleer dan of je telefoon nog verbonden is met je Allo-apparaat.

Verzonden

Het bericht is door je apparaat verstuurd. Omdat je apparaat in kanaalberichten geen ontvangstbevestiging verkrijgt betekent dit niet dat elke kanaal lid het bericht al heeft ontvangen.

Praktische afspraken

Omdat er geen harde ontvangstbevestigingen zijn kun je kritische berichten beter via priveberichten naar een contact delen. Maak binnen je organisatie duidelijke afspraken over het gebruik van kanalen. Bijvoorbeeld:

  • welk kanaal gebruik je voor algemene updates;
  • welk kanaal gebruik je per locatie of team;
  • wie mag opdrachten of instructies geven;
  • hoe vaak locaties statusupdates sturen;
  • welke afkortingen of locatienamen worden gebruikt.

Goede afspraken voorkomen ruis tijdens een oefening of incident.